HEILIGE TEKST

En nu, wat blijft ons na van het vele dat ons werd gegeven? Ik geloof dat men zou kunnen zeggen: het Azuur! (…) het is het licht, de kleur; het blauwe licht, dat alle wonden van onze menselijkheid verzoent. (…)
Een late lijster zingt voor m’n raam. Vreemd, nu vind ‘k ook in die vogelzang de ontroering van het Azuur. Zou het zó zijn, dat we tenslotte nog niet léven, zolang we ons niet gezuiverd hebben aan die Azuurkust die overal oplicht waar schoonheid ons, in de zakelijkheid verdwaalden, aanraakt? Weet ge, toen ‘k dàt had gedacht, ben ‘k naar binnen gegaan, in de huiskamer; iemand speelde een ‘Impromptu’ van Schubert met fijne aanslag. Nauwelijks thuis, had ‘k mijn mensen lelijk in de steek gelaten, die méér wilden weten. (…) ‘Wat was nu het mooiste van al wat je gezien hebt?’ ‘Het mooiste’, zei ik, ‘is het Azuur, dat is achter en over alles daar, het leven hangt daar in het Azuur, maar, zeg lui, ik heb alvast een stukje Azuur meegebracht, en daareven hoorde ik een vogel, en jij, liefste, in wat jij daar speelde straalde ook Azuur – en nu zou het toch kunnen zijn dat ons ‘gewone leven zich afspeelde aan de kust van het Azuur, is ’t niet? en dat wij het alleen maar niet wéten?’

K.H.Miskotte (1894- 1976)
fragment uit: Nabetrachting over een schoone reis
naar de Fransche Azuurkust met de Nederlandse Reisvereniging
in November 1924
Bron: K.H.Miskotte, een keuze uit zijn dagboeken en andere teksten, Baarn 1994, red. M. Miskotte, D. Parlevliet, P. Pettinga en A.Sevenster


Onze Vader

Onze Vader
rijdt met zijn bus
vol broeders en zusters
over de brug
waar je de hemel
in de Oosterschelde kan zien
tot waar zee en vette klei
de belofte voorhouden
dat er te eten zal zijn
brood en vis
dagelijks

de boeren ploegen
een evenwichtig patroon
de vissers boeten
vergeef ons onze schulden
kinderen spelen buiten
niemand verhindert ze
gelijk ook wij de
vrouwen van Schouwen
aan haar duivelskusten
verleiden, haar lusten vieren
haar heerlijk heden

bij elke halte stopt de bus
opent haar armen en zaait
trossen mosselzaad
in de voren van het koninkrijk
met een ‘ik kom jullie later weer halen’
vertrekt de Vader
want van hem de kracht
en het heerlijke heden
tot in eeuwigheid
Hij zwaait nog:
dag!

amen

Dieuwke Parlevliet