|
|
|
|
(Herhaling van 18 januari 2004)
Margreet Blanken (1941) volgde haar opleiding aan de Toneelschool Arnhem, waarna ze in dezelfde stad van 1963 tot 1987 verbonden was aan Toneelgroep Theater. Eind jaren tachtig werd ze bij een breed publiek bekend als 'Zuster Reini' in de televisieserie Medisch Centrum West.  Enkele jaren geleden werd Margreet gegrepen door de dagboeken van Etty Hillesum: 26 augustus 1941 Binnenin me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik er bij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden...Etty Hillesum is een Joodse vrouw die op 29-jarige leeftijd door de nazi's in Auschwitz is omgebracht. Ze hield tussen 1941 en 1943 een dagboek bij en verstuurde vanuit het concentratiekamp enkele brieven die aan de uitgave van de dagboeken zijn toegevoegd. Haar dagboeken zijn relativerend, optimistisch en met humor geschreven. Etty tekent haar innerlijke rijpingsproces op, zoals ze dat in korte tijd onder druk van de omstandigheden doormaakt. Blanken: "Ze schrijft ergens dat ze medelijden heeft met een Gestapo-officier die naar mensen staat te schreeuwen. 'Kon ik je maar helpen', dacht ze op dat moment, terwijl ze wist dat ze misschien wel tegenover haar vernietiger stond. Natuurlijk heeft de oorlog meegeholpen om die onthechting te bereiken. Voor zulke gedachten heb ik bewondering."
HEILIGE TEKST
Het paradijs
In het allereerste begin bestond er een paradijselijke tuin. Vol bomen, bloemen, dieren en twee mensen. God had deze mensen midden in de tuin gezet. Kijk goed om je heen naar alles wat er is, had hij tegen hen gezegd. En geef alle dieren, de bomen en de bloemen een naam. Er is één bijzondere boom zei God, waarvan ik je de naam geef. Het is de boom van kennis van goed en kwaad. Dat is de boom waarvan je niet moet eten. Je mag hem zelfs niet aanraken. Maar de rest van de tuin is allemaal voor jullie. De twee mensen, de man en de vrouw liepen door de tuin en keken hun ogen uit. Ze gaven namen aan de dieren en de bomen, aan de bloemen en aan het gras. Tot ze midden in de tuin kwamen. ‘Dit moet de boom zijn waarvan we de vruchten niet mogen eten, zei de man, we mogen hem zelfs niet aanraken. Het is de boom die ons inzicht geeft in goed en kwaad. Nu was er onder de dieren in het veld een bijzonder sluw dier, hij kroop door het gras en gleed langs de takken van de bomen. Ze hadden dat dier ‘slang’ genoemd. De slang sprak tot de vrouw: Is het werkelijk zo dat jullie van geen enkele boom in de tuin de vruchten mogen eten? Dat heb je niet goed begrepen zei de vrouw. We mogen van alle bomen de vruchten eten, behalve van één boom. Waarom die ene niet? Vroeg de slang… Als we die boom aanraken zullen we sterven, zei de vrouw. Maar dat is helemaal niet waar antwoordde de slang. Je zult echt niet doodgaan als je er van eet. Integendeel. Zodra je één van de vruchten eet zul je met dezelfde ogen naar de wereld kijken als God. En dat wil God niet. Je zult zien wat goed en kwaad is. Kijk eens hoe mooi de vruchten eruit zien. Zou je ze niet eens proberen? Je zult gaan ontdekken dat je net zo wordt als God. Toen de vrouw opnieuw naar de boom keek zag ze opeens hoe aantrekkelijk de vruchten waren. Het zou goed zijn om daar van te eten. Hoe zou het zijn om inzicht te krijgen in goed en kwaad? Ze pakte een vrucht en at. Ook haar man nam een vrucht en proefde. Toen gebeurde er iets wonderlijks. Ze keken elkaar aan en ontdekten dat er iets was veranderd. Niet aan henzelf. Nee, er was iets aan hun manier van kijken veranderd. Ze konden elkaar niet zomaar meer zien. Ze zagen hoe verschillend ze waren. Er bekroop hen een nieuw en ongemakkelijk gevoel: het gevoel van schaamte. Ze waren vreemden voor elkaar geworden. Vreemd en naakt. Ze gingen op zoek naar grote bladeren en bedekten hun naaktheid.
In de middag toen het in de tuin begon te waaien, hoorden ze voetstappen. God liep door de tuin en was naar hen op zoek. De man en de vrouw verborgen zich tussen de dichte bomen. Mens waar ben je? God riep hen. Ik ben hier, in het verborgene antwoordde de mens. Wij zijn naakt, daarom hebben we ons verborgen. Hoe kan het dat je ontdekt hebt dat je naakt bent vroeg God. Heb jullie gegeten van de boom die ik verboden heb? De man verschool zich achter de vrouw. De vrouw die u mij als partner hebt geschonken heeft mij de vrucht gegeven van de boom. Toen riep God de vrouw ter verantwoording. Maar de vrouw op haar beurt verschool zich achter de slang. De slang heeft mij laten zien hoe mooi de boom is en hoe goed de vruchten zijn om te eten. Toen vervloekte God de slang. Voortaan zul je over de grond kruipen zij God en je zult in vijandschap leven met de mens. En tegen de vrouw zei hij. Met pijn zul je voortaan nieuw leven doorbrengen. En tegen de man: Vanaf nu zul je hard moeten werken op de aarde. Toen besloot God dat de paradijselijke tuin niet langer meer de plaats van de mens zou zijn.
REACTIES
|
U kunt hier reageren op de uitzending. Uw reactie verschijnt
direct online.
|
|
|

|
|